Vandaag verscheen onze nieuwe publicatie in Frontiers in Psychology: “A theory-driven rationale for EMDR therapy among patients with a personality disorder.”
Veel behandelingen voor persoonlijkheidsstoornissen richten zich op emotieregulatie, interpersoonlijke patronen, schema’s en persoonlijkheidsfunctioneren. Maar wat als een deel van de klachten wordt onderhouden door verkeerd opgeslagen herinneringen aan nare gebeurtenissen uit de jeugd?
Ervaringen zoals emotionele mishandeling, verwaarlozing en afwijzing kunnen leiden tot maladaptieve geheugennetwerken. Wanneer deze later worden geactiveerd, kunnen zij negatieve overtuigingen, intense emoties en problematisch gedrag oproepen. Deze reacties kunnen de onderliggende netwerken vervolgens opnieuw bevestigen en versterken.
Voor de behandeling betekent dit dat we niet alleen de gevolgen van deze netwerken (de symptomen) zouden kunnen behandelen, maar ook de onderliggende herinneringen zelf. Dat is precies waar EMDR-therapie aangrijpt.
Inmiddels zijn negen klinische studies, waaronder vier RCT’s, naar EMDR bij persoonlijkheidsstoornissen uitgevoerd. De resultaten wijzen niet alleen op vermindering van PTSS-symptomen, maar ook op verbetering van persoonlijkheidspathologie en persoonlijkheidsfunctioneren — óók bij patiënten zonder PTSS. Tegelijkertijd zijn er geen aanwijzingen voor verhoogde risico’s op zelfbeschadiging, suïcidaliteit of ziekenhuisopnames, en waren dropout percentages in kortdurende studies opvallend laag.
Dit roept een belangrijke vraag op: Moeten we bij persoonlijkheidsstoornissen niet eerder en directer behandelen op de ervaringen die de klachten hebben gevormd?